Als er een kaartspelletje geduld vereist, is het wel patience. Negen van de tien potjes zul je niet uit kunnen spelen. Je lot is eigenlijk al bepaald op het moment dat de kaarten op tafel liggen.

Benodigdheden zijn: een dek kaarten zonder jokers en een speelvlak. Schud de kaarten zorgvuldig zodat ze niet meer op soort liggen.

De kaarten leg je op een speciale, gesloten, manier op tafel. Begin links en leg horizontaal een rij van zeven kaarten. Sla nu vervolgens de eerste kaart over en leg op de overige zes kaarten een tweede kaart, maar wel zo zodat je twee centimeter van de eerste kaart nog ziet. Sla nu de eerste en de tweede kaart over en leg op de resterende vijf kaarten een derde kaart. Werk het rijtje af totdat de linkerstapel uit één kaart bestaat en de meest rechterstapel uit zeven. Draai nu van alle kaarten de bovenste kaart om. De rest van de kaarten leg je op een stapeltje.

Een geslaagd  potje patience eindigt met vier stapeltjes kaarten rechts bovenaan de tafel, de zogenaamde boxen. Elke soort heeft een eigen box op de goede volgorde beginnend bij de aas, eindigend bij de 2. Maar hoe krijg je die daar? Onder andere door reeksen te maken. Door het maken van reeksen kun je steeds meer kaarten omdraaien in het spel en zo dus eerder beginnen met kaarten stapelen in de boxen.

Een patience-reeks bestaat uit om-en-om de kleuren rood en zwart. Verder speel je van hoog naar laag in dit gezelschapsspelletje: een koningin op een koning, een boer op een koningin etc. Bijvoorbeeld: in rij 2 is de laatste kaart een schoppen boer, in rij zes is de laatste kaart een klaver 9 en in rij vier ligt als laatst een harten 10. De harten 10 kun je op de schoppen boer leggen, op de harten 10 kan vervolgens de klaver 9. Rij zes en rij vier hebben nu als laatste kaart een gesloten kaart, deze mag je omdraaien. Draai je nu ergens een ruiten of harten vrouw om, dan mag je de bovengenoemde reeks in zijn geheel verplaatsen naar deze rode kaart.

patience

Kun je geen reeksen meer maken, dan ga je verder met het stapeltje overgebleven kaarten. Draai telkens per drie kaarten om derde kaart ligt bovenop en kijk of je deze kaart kwijt kunt in een reeks of bovenop een soortstapel. Kun je de bovenste kaart niet kwijt, maar de tweede kaart wel, dan heb je pech. Je speelt altijd met de bovenste kaart. Als alle kaarten omgedraaid zijn Draai de stapel dan om en begin opnieuw. Laat de kaarten wel op dezelfde volgorde liggen. Schudden is verboden. Grote kans dat je tijdens het spelletje een aas tegenkomt. Deze mag je rechts boven het spel naast elkaar leggen. Kom je in een reeks of in de losse kaarten vervolgens een twee tegen van dezelfde soort, dan mag deze bovenop de desbetreffende aas. Enzovoorts. Op deze manier lossen de reeksen op en worden de soortstapels steeds groter.

Zoals je al eerder hebt kunnen lezen, is de kans klein dat je een potje patience wint. Maar laat de moed niet zakken! Gewoon de kaarten goed schudden en het nogmaals proberen.