Klaverjassen is zeer uitgebreid. Kijk in dit bericht welke opties er zijn en hoe jij goed kunt worden in dit gezelschapsspelletje! 

Alleen de 32 kaarten van 7 en hoger, inclusief de azen, worden gebruikt in dit gezelschapsspelletje. De kaarten worden verdeeld, iedere speler ontvangt er 8. Meestal krijgt iedere speler eerst 3 kaarten van de deler, daarna 2 en daarna weer 3, of anders eerst 4 en daarna nog een keer 4. Eén voor één delen is niet gebruikelijk. Een complete wedstrijd bestaat uit 16 spelen, een boompje, waarbij alle vier spelers vier keer delen. Bij aanvang van ieder spel wordt een troefkleur bepaald, meestal door een kaart van de niet gebruikte stapel. Tijdens het eerste spel is de troefkleur altijd klaveren.

klaverjassen
Beginnend bij de speler links van de deler wordt er gezegd of er wordt gespeeld of gepast. Deze bieding bestaat uit de mededeling pas of speel. Als een speler besluit te spelen dan hoeft de volgende speler niets meer te zeggen. Als iemand speelt, gaat hij er vanuit dat hij samen met zijn partner meer dan de helft van het aantal punten in het spel zal behalen. De andere twee spelers zullen proberen dit te verhinderen. Wanneer er rondgepast wordt, dat wil zeggen dat alle vier spelers passen, dan zijn er verschillende mogelijkheden, naar wat er in het begin van het spel is afgesproken. Mogelijkheden zijn:

-Verplicht spelen: De speler links van de deler moet verplicht spelen op de kleur van de volgende draaikaart.
– Verplicht spelen: De speler links van de deler moet verplicht spelen en bepaald zelf de kleur.

Puntenwaardering                                                                                                                                                 De kaarten hebben een puntenwaarde die meteen ook de relatieve hoogte van de kaart bepaalt.

Voor de troefkaarten is de volgorde:                      Voor de drie andere kleuren geld:

– Boer: 20 punten                                                       – Aas: 11 punten
– Troef 9: 14 punten                                                   – Tien: 10 punten
– Aas: 11 punten                                                         – Heer: 4 punten
– Tien: 10 punten                                                        – Vrouw: 3 punten
– Heer: 4 punten                                                         – boer: 2 punten
– Vrouw: 3 punten                                                      -negen, acht en zeven: 0 punten
– Acht: 0 punten
– Zeven: 0 punten
De troef 9 heet de nel. Vroeger werd ook te term jas voor de troef boer gebruikt.

Troefplicht

Bij dit spel moeten de spelers altijd de gevraagde kleur bekennen. Heeft een speler geen kaarten meer in die kleur, dan moet men troeven. Deze zogenaamde troefplicht kent drie regels:

– Als er troef gevraagd wordt moet men overtroeven (een troef opgooien die hoger is dan de hoogste troef op tafel) als de speler dit kan.
– Men moet als men niet meer kan bekennen introeven, of overtroeven.
– Ondertroeven mag alléén als men óf alleen maar lagere troeven in handen heeft en geen andere kaart meer kan bijspelen, óf als men niet meer kan overtroeven en er is troef gevraagd. Men moet immers altijd waar mogelijk, de gevraagde kleur bekennen.

Puntentelling

In totaal zijn er 162 punten in het spel. 62 voor troefkaarten, drie keer 30 voor de niet-troefkaarten en het behalen van de laatste slag levert ook nog eens 10 punten op. Het spelende paar moet meer dan de helft hiervan (81 punten) zien te behalen. Als er roem valt, wordt dit meegenomen in de telling. Als de tegenpartij meer of hetzelfde aantal punten heeft dan de spelende partij, dan zijn de spelers nat en gaan alle punten naar de tegenpartij. Indien alle slagen bij hetzelfde paar belanden, heet dat pit en krijgen ze 100 extra roem.

Roem

Het spel wordt meestal met roem op tafel gespeeld. Roem is de aanduiding voor een opeenvolgende serie karten. Een driekaart in dezelfde kleur levert 20 punten op. Een vierkaart levert zelfs 50 punten op. Voor het bepalen van de volgorde geldt weer de standaartvolgorde: A-H-V-B-10-9-8-7. Als men met roem in de hand speelt, levert een vijfkaart, zeskaart of zevenkaart 100 punten op. Deze roem is dan lager dan vier gelijken, die ook 100 punten opleveren. Voor vier gelijken moet een vijfkaart wijken.

Vier azen, heren, vrouwen of tienen in dezelfde slag levert 100 punten roem op, en vier boeren 200.
De roem telt mee als het er om gaat te bepalen of het spelende paar al dan niet nat is. Zij moeten namelijk meer dan de helft van de totale puntenopbrengst van het spel zien te veroveren, en daarin telt de roem dus ook mee.

Stuk

De combinatie Heer en Vrouw van troef, heet stuk en levert 20 punten extra op. Het stuk is altijd geldig. Een vierkaart waarin het stuk zit, bijvoorbeeld Aas, Heer, Vrouw, Boer van troef, levert dus 50 roem + 20 punten = 70 punten op.